Onafhankelijke kennisbank over brandblussers en blusmiddelen Wanneer moet mijn blusser gekeurd worden?

Brandklassen A, B, C, D en F: welke blusser bij welke brand

Niet elke brandblusser past bij elke brand. Water op brandende olie maakt het erger, poeder in een serverruimte vernielt de apparatuur. Om die reden zijn branden in Europa ingedeeld in brandklassen, vastgelegd in de norm NEN-EN 2. Op elk blustoestel staat met letters en pictogrammen voor welke klassen het getest is. Dit artikel legt uit wat elke klasse betekent en welk blusmiddel erbij hoort.

De vijf brandklassen op een rij

Klasse Wat brandt Voorbeelden Geschikte blusmiddelen
A Vaste stoffen, meestal organisch, die gloeiend verbranden Hout, papier, karton, textiel, kunststof meubels, matrassen Water, schuim, ABC-poeder
B Vloeistoffen en stoffen die vloeibaar worden Benzine, diesel, olie, verf, spiritus, alcohol, smeltende kunststoffen, was Schuim, poeder, CO2
C Gassen Propaan, butaan, aardgas, acetyleen Poeder (BC of ABC), en altijd eerst de gastoevoer dicht
D Metalen Magnesium, aluminiumpoeder, natrium, lithium als metaal Speciaal metaalbrandpoeder (D-poeder)
F Spijsoliƫn en vetten in kooktoestellen Frituurvet, olie in een pan of frituurpan Thuis een deksel bij vlam in de pan; vetblusser (klasse F) in professionele keukens

Op het etiket staan deze klassen als pictogrammen: een houtvuurtje voor A, een druppel met vlam voor B, een gasfles of vlam voor C, en voor F een pan of frituur met vlammen. Daarnaast staat er een getal bij A en B, zoals 21A of 144B. Dat getal zegt hoe groot de testbrand was die het toestel kon doven. Meer daarover staat bij blusvermogen.

Klasse A: vaste stoffen

Klasse A is de meest voorkomende brand in huizen en kantoren. Het materiaal brandt niet alleen aan de oppervlakte maar gloeit ook van binnen door, zoals een stuk hout of een stapel papier. Water en schuim werken hier goed, omdat ze afkoelen en tot in het materiaal doordringen. ABC-poeder dooft de vlammen snel, maar koelt nauwelijks; bij grote stapels materiaal kan het vuur daarna opnieuw oplaaien.

Een schuimblusser is voor klasse A in de meeste gebouwen de gangbare keuze, omdat hij ook klasse B aankan.

Klasse B: brandbare vloeistoffen

Bij klasse B brandt de damp boven een vloeistof. Water helpt hier niet en kan de vloeistof juist verspreiden. Schuim legt een laag over het oppervlak en sluit de zuurstof af. Poeder en CO2 doven de vlammen, maar zonder afdeklaag kan de vloeistof opnieuw ontbranden zolang die heet is.

Typische plekken: garages, werkplaatsen, verfopslag, laboratoria en machines met hydraulische olie.

Klasse C: gassen

Een gasbrand blust men eigenlijk niet met een blusser. De eerste stap is de gastoevoer afsluiten. Zolang er gas stroomt en het vuur wordt gedoofd, kan zich een explosief gasmengsel vormen. Poeder kan een gasvlam doven, bijvoorbeeld om bij een afsluiter te kunnen komen. Bij een brandende gasfles of een lek dat niet dicht kan: afstand nemen en 112 bellen.

Klasse D: metalen

Metaalbranden komen vooral voor in de industrie, bijvoorbeeld bij het bewerken van magnesium of aluminium of in laboratoria. Ze branden extreem heet en reageren heftig met water. Gewone blussers zijn hier ongeschikt en soms gevaarlijk. Er bestaat speciaal D-poeder dat het metaal afdekt. Bedrijven met dit risico hebben dit meestal in hun risico-inventarisatie staan en krijgen er specifiek advies over.

Lithium-ionaccu's in telefoons, fietsen en gereedschap vallen niet automatisch onder klasse D. Daarin zit lithium niet als zuiver metaal. Wat bij zo'n accu vooral speelt, is dat hij zichzelf blijft verhitten en na blussen opnieuw kan ontbranden. Een kleine blusser is daar weinig tegen opgewassen. Bij een brandende accu van een fiets of scooter geldt daarom: niet zelf proberen, maar naar buiten en 112 bellen.

Klasse F: frituurvet en spijsolie

Klasse F is de jongste klasse, speciaal voor branden in frituurpannen en kooktoestellen. Hete olie heeft een zelfontbrandingstemperatuur, en zelfs als de vlam dooft, kan de olie opnieuw ontbranden als hij niet snel genoeg afkoelt. Water erop veroorzaakt een steekvlam.

Een vetblusser is hiervoor gemaakt: het blusmiddel vormt een zeepachtige laag op de olie die afsluit en afkoelt. Zulke blussers hangen vooral in professionele keukens. Thuis adviseert de brandweer bij vlam in de pan een deksel of bakplaat over de pan te schuiven en het vuur uit te zetten. Hoe dat zit, staat bij de brandblusser voor de keuken.

Elektrische apparatuur: geen eigen klasse

Een brand in een meterkast, computer of schakelkast is in NEN-EN 2 geen aparte klasse. Elektriciteit is de oorzaak; wat brandt is kunststof, isolatie of stof en valt meestal onder klasse A of B. De vraag bij elektrische apparatuur is dus niet "welke klasse", maar "is het blusmiddel veilig bij spanning".

Op de meeste blussers staat tot welke spanning ze getest zijn en welke afstand de gebruiker moet aanhouden. CO2 laat geen resten achter en geldt daarom als passend voor elektrische apparatuur en serverruimtes. Poeder werkt ook, maar laat een fijn stof achter dat elektronica kan beschadigen. Water zonder deze test gebruikt men niet bij apparatuur onder spanning.

Hoe men de klasse op het etiket herkent

  1. Kijk naar de pictogrammen: elke klasse waarvoor het toestel geschikt is, staat afgebeeld.
  2. Kijk naar de codes: 21A en 113B betekenen getest op klasse A en B, met het getal als maat voor de testbrand.
  3. Kijk naar de spanningsvermelding als de blusser bij elektrische apparatuur komt te hangen.
  4. Een F op het etiket betekent dat het toestel ook voor frituurvet is getest.

Ontbreekt een klasse op het etiket, dan is het toestel daar niet voor getest en hoort het daar ook niet te hangen.

Veelgestelde vragen

Welke brandklasse is een elektrische brand?

Elektriciteit is geen eigen brandklasse in NEN-EN 2. Wat brandt is meestal de kunststof of het materiaal rond de stroomvoerende delen. Het blusmiddel moet dan veilig zijn bij spanning; op het etiket staat tot welke spanning en op welke afstand de blusser getest is.

Waarom bestaat er geen brandklasse E?

In de oudere indeling werd soms een klasse E voor elektrische branden gebruikt. De Europese norm NEN-EN 2 kent die niet, omdat elektriciteit een ontstekingsbron is en geen brandstof. Na klasse D volgt daarom direct klasse F.

Welke brandklassen kan een schuimblusser aan?

Een gewone schuimblusser is geschikt voor klasse A en B. Sommige schuimblussers zijn ook voor klasse F getest; dat staat dan duidelijk op het etiket met het F-pictogram.

Is een ABC-poederblusser voor alles geschikt?

Een ABC-poederblusser dekt vaste stoffen, vloeistoffen en gassen. Hij is niet geschikt voor metaalbranden (klasse D) en voor brandend frituurvet (klasse F). Bovendien geeft poeder veel nevenschade in huis en op kantoor.