Onafhankelijke kennisbank over brandblussers en blusmiddelen Wanneer moet mijn blusser gekeurd worden?

Brandblusser onderhoud volgens NEN 2559: wat er wanneer moet gebeuren

Een brandblusser die jaren aan de muur hangt, ziet er van buiten vaak nog prima uit. Van binnen kan het anders zijn: poeder dat is samengekoekt, een vulling die is uitgewerkt, een afdichting die lekt of een drukhouder die is aangetast door corrosie. Daarom bestaat er een vast onderhoudsschema, vastgelegd in NEN 2559. Dit artikel laat zien wat dat schema inhoudt, wie het onderhoud mag uitvoeren en hoe het per bluswijze verschilt.

Welke regels gelden er

NEN 2559 is de Nederlandse norm voor het onderhoud van draagbare blustoestellen. De norm gaat uit van een jaarlijkse onderhoudsbeurt en beschrijft daarnaast zwaardere beurten na een vast aantal jaren. Meer achtergrond over de norm zelf staat in het artikel over NEN 2559.

De wet zelf is minder streng. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 6.35) eist dat een voorgeschreven draagbaar of verrijdbaar blustoestel ten minste eens per twee jaar wordt gecontroleerd en onderhouden. Het Bbl verwijst daarbij niet meer rechtstreeks naar NEN 2559, maar de norm geldt in de praktijk nog steeds als de manier om aan die plicht te voldoen. Blussers die alleen vanwege de Arbo-regels hangen, vallen niet onder deze termijn uit het Bbl.

In de praktijk kiezen de meeste bedrijven toch voor jaarlijks onderhoud. Veel brandverzekeraars eisen dat in de polisvoorwaarden, en ook andere regelgeving, bijvoorbeeld voor opslag van gevaarlijke stoffen, kan een jaarlijkse controle voorschrijven. Wie alleen om de twee jaar laat onderhouden terwijl de polis jaarlijks vraagt, loopt het risico dat de verzekeraar na een brand moeilijk doet. Welke bedrijven verplicht zijn om blussers op te hangen, hangt af van het gebruik van het gebouw en de risico's op de werkvloer.

Wie het onderhoud uitvoert

Onderhoud volgens NEN 2559 hoort te gebeuren door een onderhoudsbedrijf dat gecertificeerd is volgens het Certificatieschema Onderhoud Blusmiddelen, kortweg REOB. Zo'n bedrijf werkt met gediplomeerde onderhoudsdeskundigen, vaste procedures, originele onderdelen en blusstoffen, en levert een onderhoudsrapport met onderbouwde vervangingsadviezen. Het certificaat kent deelgebieden: het gewone en uitgebreide onderhoud is het basisonderdeel, revisie is een apart deelgebied. Niet elk onderhoudsbedrijf mag dus ook reviseren.

De vier niveaus van onderhoud

Het schema bestaat in grote lijnen uit vier niveaus, die op elkaar voortbouwen.

  1. Eigen controle door de gebruiker. Regelmatig kijken of de blusser er nog hangt, bereikbaar is, onbeschadigd is en (bij blussers met manometer) op druk staat. Hoe dat gaat, staat in het artikel over een brandblusser zelf controleren.
  2. Jaarlijkse controle door een onderhoudsdeskundige. Uitwendige inspectie, controle van druk of gewicht, zegel, slang, spuitstuk, bevestiging en etiket. Na goedkeuring krijgt de blusser een nieuw onderhoudslabel.
  3. Uitgebreid onderhoud. Het toestel wordt geopend, de binnenkant wordt gecontroleerd op corrosie en de staat van de coating, en de blusstof wordt vervangen.
  4. Revisie. Het toestel wordt volledig gedemonteerd en geleegd. Drukhouder, patroon, slang en spuitpistool worden beproefd, versleten onderdelen worden vervangen en de blusser krijgt een nieuwe vulling.

Een zwaardere beurt telt ook als de jaarlijkse controle van dat jaar. Na twintig jaar houdt het op: een draagbaar blustoestel moet dan uit gebruik worden genomen, ongeacht hoe het eruitziet.

Het schema per bluswijze

Water- en schuimblussers hebben de meeste aandacht nodig, omdat de waterige vulling na verloop van tijd minder goed werkt en de binnenkant van de houder kan aantasten. Poeder- en CO2-blussers houden het langer vol tot de eerste zware beurt.

Bluswijze Controle Uitgebreid onderhoud met nieuwe vulling Revisie Uiterlijk vervangen
Schuimblusser Elk jaar Na 5 en na 15 jaar Na 10 jaar Na 20 jaar
Waterblusser Elk jaar Na 5 en na 15 jaar Na 10 jaar Na 20 jaar
Vetblusser (op waterbasis) Elk jaar Na 5 en na 15 jaar Na 10 jaar Na 20 jaar
Poederblusser, permanent onder druk Elk jaar Geen aparte 5-jaarsbeurt Na 10 jaar, met nieuw poeder Na 20 jaar
Poederblusser met drukpatroon Elk jaar Geen aparte 5-jaarsbeurt Na 10 jaar, met nieuw poeder en beproefd patroon Na 20 jaar
CO2-blusser Elk jaar, inclusief wegen Geen aparte 5-jaarsbeurt Na 10 jaar, met drukproef van de cilinder Na 20 jaar

De jaren tellen vanaf het productiejaar van het toestel, niet vanaf de aankoopdatum. Een blusser die twee jaar op de plank van een groothandel heeft gelegen, is bij aankoop dus al twee jaar onderweg naar zijn eerste grote beurt.

Poeder: permanent onder druk of met patroon

Bij poederblussers bestaan twee uitvoeringen. Een blusser die permanent onder druk staat, heeft het drijfgas samen met het poeder in de houder en een manometer waarop de druk af te lezen is. Lekt zo'n blusser, dan kan hij binnen weken of maanden drukloos raken; de manometer maakt dat zichtbaar. Een blusser met drukpatroon heeft het drijfgas in een afgesloten patroon dat pas bij gebruik wordt doorgeprikt. De houder staat dus niet onder druk, heeft meestal geen manometer, en de binnenkant en het poeder zijn bij onderhoud eenvoudiger te controleren. Het patroon zelf kan gewogen worden om te zien of het nog vol is. Na gebruik is een patroonblusser eenvoudiger te hervullen, omdat er een nieuw patroon in gaat.

CO2: wegen in plaats van aflezen

Een CO2-blusser heeft geen manometer. Het koolzuurgas is zelf de blusstof en staat als vloeistof onder hoge druk in de cilinder. De enige betrouwbare controle is wegen: het gewicht wordt vergeleken met het vulgewicht en het leeggewicht dat op de fles staat. Bij de revisie na tien jaar wordt de cilinder beproefd op druk. Omdat die beproeving en het opnieuw vullen veel werk is, kiezen veel bedrijven er op dat moment voor om de blusser te vervangen.

Wat een onderhoudsbeurt kost

Prijzen verschillen per regio, type en vooral per aantal. Voor de jaarlijkse controle noemen onderhoudsbedrijven doorgaans bedragen van ongeveer 10 tot 35 euro per blusser exclusief btw, waarbij de prijs per stuk flink daalt naarmate er meer toestellen op één adres hangen. Sommige bedrijven rekenen de voorrijkosten apart, andere nemen ze op in het tarief per stuk. Vervangende onderdelen, een nieuwe vulling of een revisie komen er meestal bovenop. Wie veel toestellen heeft of het onderhoud niet zelf wil bijhouden, kan kijken naar een onderhoudscontract.

Een praktisch voorbeeld

Een kantoor met zes schuimblussers uit 2019 en twee CO2-blussers uit 2021 bij de serverruimte heeft het volgende schema. Alle acht toestellen krijgen elk jaar een controle. In 2024 waren de schuimblussers aan uitgebreid onderhoud toe, in 2029 volgt hun revisie, in 2034 opnieuw uitgebreid onderhoud en in 2039 moeten ze vervangen worden. De CO2-blussers hebben pas in 2031 hun eerste zware beurt, de revisie met drukproef, en gaan uiterlijk in 2041 de deur uit. Wie die jaartallen per toestel noteert, weet ruim van tevoren welke beurt eraan komt en welke kosten daarbij horen. De onderhoudsplanner rekent dat schema per toestel uit.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet een brandblusser onderhouden worden?

NEN 2559 gaat uit van een onderhoudsbeurt per jaar. Het Besluit bouwwerken leefomgeving eist voor voorgeschreven blustoestellen minimaal eens per twee jaar. Veel verzekeraars houden het jaarlijkse ritme aan.

Is onderhoud van een brandblusser thuis verplicht?

Nee, voor particulieren geldt geen onderhoudsplicht. Een regelmatige eigen controle van manometer, zegel en buitenkant is wel verstandig, en een blusser die gebruikt is hoort hervuld of vervangen te worden.

Wat is het verschil tussen uitgebreid onderhoud en revisie?

Bij uitgebreid onderhoud wordt de blusser geopend, van binnen gecontroleerd en krijgt hij een nieuwe vulling. Bij revisie wordt het toestel volledig gedemonteerd en worden onder meer drukhouder en onderdelen beproefd of vervangen.

Mag een bedrijf zelf zijn brandblussers onderhouden?

Een eigen visuele controle mag altijd. Het onderhoud volgens NEN 2559 hoort te gebeuren door een vakbekwaam onderhoudsbedrijf met een REOB-certificaat; alleen dan telt het mee voor de regelgeving en de verzekeraar.