Onafhankelijke kennisbank over brandblussers en blusmiddelen Wanneer moet mijn blusser gekeurd worden?

NEN 4001: hoeveel brandblussers een gebouw nodig heeft

NEN 4001 is in Nederland de norm voor de projectering van draagbare en verrijdbare blustoestellen. Projecteren betekent hier: bepalen hoeveel toestellen er in een gebouw nodig zijn, welk type en waar ze komen te hangen. Waar NEN 2559 over onderhoud gaat, gaat NEN 4001 over de plaatsing. Dit artikel beschrijft de uitgangspunten in grote lijnen. De norm zelf is te koop bij NEN en bevat de volledige tabellen.

Waarom NEN 4001 ertoe doet

Het Besluit bouwwerken leefomgeving schrijft blustoestellen maar in enkele gevallen voor en noemt NEN 4001 niet. Toch komt men de norm overal tegen:

  • de Arbo-regels vragen voldoende passende blusmiddelen, en NEN 4001 is de gangbare manier om "voldoende" te onderbouwen;
  • gemeenten en brandweer verwijzen er in adviezen en maatwerkvoorschriften naar;
  • verzekeraars stellen projectering volgens NEN 4001 vaak als voorwaarde;
  • bij een gebruiksmelding hoort een plattegrond met blusmiddelen, en een projectering volgens de norm maakt die eenvoudig.

De norm geldt voor gebouwen, met uitzondering van particuliere woningen.

Het vertrekpunt: blusvermogen in plaats van kilo's

NEN 4001 rekent niet in kilo's of liters, maar in blusvermogen. Dat is de capaciteit die een toestel heeft bewezen op genormeerde testbranden, zoals vastgelegd in NEN-EN 3-7 (draagbare toestellen) en NEN-EN 1866 (verrijdbare toestellen). Op het etiket staat dat als een code als 21A of 144B. Een kleine blusser met een sterk blusvermogen kan in de berekening dus meer waard zijn dan een grotere met een zwak vermogen. Wat die codes betekenen, staat uitgelegd bij blusvermogen.

De opbouw: basis, aanvullend en verrijdbaar

De norm werkt met drie lagen bescherming.

Basisbescherming

Het gebouw wordt verdeeld in zones. Elke zone heeft een overheersende brandklasse en een bepaald soort gebruik. Per zone wordt op grond van de oppervlakte en het risico bepaald hoeveel blusvermogen er nodig is. Een kantoor met papier en meubilair valt in een lagere risicocategorie dan een opslag of een werkplaats met brandbare vloeistoffen. Hoe hoger het risico, hoe minder vierkante meter één toestel mag dekken.

Daarnaast geldt een maximale loopafstand tot het dichtstbijzijnde toestel. In de uitwerking van de basisbescherming is dat 20 meter. Wie een brand ziet, moet binnen die afstand een blusser kunnen pakken, gemeten langs de werkelijke looproute en niet hemelsbreed. Per zone komt er altijd minstens één toestel.

Een brandslanghaspel kan in de basisbescherming meetellen, mits water past bij de brandklasse in die zone.

Aanvullende bescherming

Sommige plekken vragen een eigen blusser, los van de basis. Denk aan:

  • serverruimtes en meterkasten;
  • schakelkasten en elektrische installaties;
  • machines met olie of brandbare vloeistoffen;
  • frituren en andere vetrisico's in keukens.

Hier is de loopafstand veel korter, zodat het toestel direct bij het risico hangt. Het type blusmiddel wordt afgestemd op het specifieke risico: CO2 bij elektrische apparatuur, een vetblusser bij de frituur.

Verrijdbare toestellen

Voor grote of hoge ruimtes en buitenopslag zijn er verrijdbare blustoestellen op wielen. Eén verrijdbaar toestel kan in de berekening meerdere draagbare toestellen vervangen. De toegestane loopafstand is daarbij groter dan bij draagbare toestellen.

Uitgangspunten voor plaatsing

Naast aantallen geeft NEN 4001 regels voor hoe de toestellen hangen:

  1. Markering met het pictogram volgens NEN 3011, zodat het toestel ook van afstand te vinden is.
  2. Ophanghoogte waarbij zwaardere toestellen lager hangen dan lichte, zodat iedereen ze veilig van de haak kan nemen.
  3. Bereikbaarheid: niet achter deuren, in kasten of achter opgeslagen goederen.
  4. Bij koel- en vriesruimtes komen de toestellen buiten de gekoelde ruimte, bij elke toegangsdeur.
  5. Bescherming met een kast of hoes waar het toestel anders vuil, nat of beschadigd raakt.

Meer praktische uitleg over hoogte en plek staat bij brandblusser ophangen.

Een voorbeeld in grote lijnen

Neem een bedrijfspand met een kantoorvloer, een kleine werkplaats en een serverruimte.

Zone Overheersend risico Aanpak volgens NEN 4001
Kantoorvloer Klasse A, laag risico Basisbescherming, toestellen bij trappenhuis en uitgangen, binnen de loopafstand
Werkplaats Klasse A en B, hoger risico Basisbescherming met meer blusvermogen per vierkante meter
Serverruimte Elektrische apparatuur Aanvullende bescherming met een CO2-blusser direct bij de ingang

De exacte aantallen volgen uit de tabellen in de norm, afgestemd op oppervlakte en gebruiksfunctie. Voor sommige functies mag op grond van de RI&E worden afgeweken, als het werkelijke risico daar aanleiding toe geeft.

Hoe een projectering tot stand komt

Een projectering begint met een rondgang door het pand en de plattegrond. Daarna volgen de zone-indeling, de berekening van het benodigde blusvermogen, de keuze van toestellen en de plaatsing op tekening. Het resultaat is een plan waarin per toestel staat waar het hangt en waarom. Dat plan is bruikbaar bij de gebruiksmelding, bij een inspectie van de verzekeraar en bij het onderhoud. Voor een eerste inventarisatie is er de checklist brandveiligheid, maar voor een bedrijfspand met verzekeringseisen is een projectering door een deskundige de gebruikelijke weg.

Veelgestelde vragen

Is NEN 4001 verplicht?

Het Bbl verwijst niet naar NEN 4001. De norm wordt wel vaak voorgeschreven door de gemeente op advies van de brandweer, door verzekeraars of in de RI&E als maatstaf voor voldoende blusmiddelen. Wie volgens NEN 4001 projecteert, kan aantonen dat de keuze onderbouwd is.

Geldt NEN 4001 ook voor woningen?

Nee, NEN 4001 is bedoeld voor gebouwen met uitzondering van particuliere woningen. Voor een woning kan de norm hooguit als inspiratie dienen.

Telt een brandslanghaspel mee in NEN 4001?

Een brandslanghaspel kan bij de basisbescherming meetellen als hij past bij de brandklasse in de zone. Bij risico's als elektrische installaties of vloeistofbranden is water niet geschikt en blijft een blustoestel nodig.

Wie mag een projectering volgens NEN 4001 maken?

De norm schrijft geen bepaalde persoon voor, maar in de praktijk doet een projecteringsdeskundige blustoestellen dit. Verzekeraars vragen soms om een projectering door een gecertificeerd bedrijf.