Onafhankelijke kennisbank over brandblussers en blusmiddelen Wanneer moet mijn blusser gekeurd worden?

Brandslanghaspel: wat het is, regels en onderhoud

Een brandslanghaspel is een opgerolde blusslang op een draaibare trommel, vast aangesloten op de waterleiding. Hij hangt meestal in een rode kast of open aan de wand in kantoren, scholen, winkels, zorginstellingen en bedrijfshallen. Anders dan een draagbare blusser raakt hij niet leeg zolang er waterdruk is. Daardoor kan een getrainde gebruiker er een beginnende brand langer mee bestrijden dan met welke handblusser ook.

Hoe een brandslanghaspel is opgebouwd

Een haspel bestaat uit een paar vaste onderdelen:

  • een afsluiter die de watertoevoer naar de haspel opent, vaak een handwiel of kraan aan de zijkant of bovenkant;
  • een trommel waarop de slang ligt opgerold, die kan draaien en vaak ook uitzwenkt zodat de slang in elke richting kan worden uitgetrokken;
  • een halfstijve slang die zijn ronde vorm houdt, zodat er direct water doorheen kan zonder dat de hele slang eerst van de trommel moet;
  • een straalpijp aan het eind, waarmee tussen dicht, straal en sproei kan worden gekozen.

De haspel is aangesloten op het drinkwaterleidingnet. Het Bbl stelt een minimale statische druk van 100 kPa bij het mondstuk en een capaciteit van 1,3 kubieke meter per uur wanneer twee haspels tegelijk in gebruik zijn.

Wanneer een brandslanghaspel verplicht is

Voor nieuwbouw staan de eisen in artikel 4.220 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Een brandslanghaspel is daar voorgeschreven bij bepaalde gebruiksfuncties zodra de gebruiksoppervlakte boven een in het Bbl vastgelegde grens uitkomt. Een voorbeeld: een nieuw te bouwen bijeenkomstfunctie, zoals een café of zaal, met meer dan 500 vierkante meter gebruiksoppervlakte heeft ten minste één brandslanghaspel nodig. Ook in onder meer kantoren, onderwijsgebouwen, winkels, zorggebouwen en industriegebouwen kan de verplichting gelden, afhankelijk van de oppervlakte.

Het aantal haspels volgt uit de dekking. De slang is maximaal 30 meter lang, en elk punt op de vloer moet binnen de slanglengte plus 5 meter liggen, gemeten langs de werkelijke looproute. De haspel moet duidelijk zichtbaar hangen of gemarkeerd zijn met een pictogram volgens NEN 3011, en mag niet in een trappenhuis liggen dat deel is van een beschermde vluchtroute.

Voor woningen geldt de verplichting niet. In de praktijk kiezen gebouweigenaren soms in overleg met het bevoegd gezag voor draagbare blustoestellen in plaats van haspels, op grond van gelijkwaardigheid. Of dat in een bepaald gebouw mogelijk is, hangt af van de vergunning. Meer over de regels voor bedrijven staat bij een brandblusser in een bedrijf.

Overzicht

Onderdeel Brandslanghaspel
Geschikt voor Brandklasse A: hout, papier, textiel, kunststof, meubilair
Niet geschikt voor Elektrische apparatuur onder spanning, brandend vet (F), brandbare vloeistoffen (B), gassen (C), metalen (D)
Gangbare uitvoering Slang van 20, 25 of 30 meter, maximaal 30 meter volgens het Bbl, op het drinkwaternet
Aandachtspunt onderhoud Jaarlijks onderhoud volgens NEN-EN 671-3; slang eens per vijf jaar op druk beproefd; wettelijke ondergrens eens per twee jaar

Wat de letters betekenen, staat op de pagina over brandklassen.

Gebruik bij brand

Een brandslanghaspel vraagt meer handelingen dan een handblusser. Wie BHV-taken heeft, oefent dit idealiter een keer met een echte haspel.

  1. Kastdeur openen en, als de haspel uitzwenkbaar is, de trommel naar buiten draaien.
  2. Afsluiter opendraaien. Bij veel haspels gaat de hoofdkraan automatisch open zodra de slang wordt afgerold; anders handmatig.
  3. Slang uitrollen in de richting van de brand. Bij een halfstijve slang hoeft niet de hele slang van de trommel; alleen de lengte die nodig is.
  4. Straalpijp openen op enkele meters van de brand. Eerst kort testen of er water komt.
  5. Richten op de basis van het vuur en met een zwaaiende beweging het brandende materiaal afkoelen. Sproeistand geeft meer koeling en bescherming tegen hitte, straalstand meer bereik.
  6. Na het blussen de straalpijp sluiten, de afsluiter dichtdraaien en de slang laten liggen tot de brandweer de situatie heeft beoordeeld.

Twee aandachtspunten. Een uitgerolde slang die door een deur loopt, houdt die deur open, waardoor rook zich kan verspreiden. En met een brandslanghaspel is het verleidelijk te lang door te gaan. Groeit de brand of wordt de rook dichter, dan geldt ook hier: terugtrekken, deuren sluiten, 112 bellen.

Voor branden in apparatuur of met brandbare vloeistoffen hangt naast een haspel meestal een CO2-blusser of een schuimblusser.

Onderhoud

Artikel 6.35 van het Bbl verplicht de gebruiker om brandslanghaspels en draagbare blustoestellen ten minste eens per twee jaar adequaat te laten onderhouden, inclusief een controle op goede werking. De norm voor het onderhoud van haspels is NEN-EN 671-3. Onderhoudsbedrijven die volgens het certificatieschema voor blusmiddelen werken, hanteren een jaarlijks interval.

Bij de jaarlijkse beurt wordt onder meer gecontroleerd:

  • of de haspel vrij bereikbaar is en het pictogram zichtbaar;
  • of de trommel soepel draait en uitzwenkt;
  • of de slang over de volle lengte vrij is van scheuren, knikken en vervorming;
  • of de straalpijp in alle standen goed werkt;
  • of de waterdruk en doorstroming voldoende zijn, gemeten bij het mondstuk;
  • of de afsluiter, koppelingen en de slangklemmen niet lekken.

Eens per vijf jaar wordt de slang daarnaast op de maximale werkdruk beproefd. Na de controle krijgt de haspel een onderhoudslabel met de datum en de uiterste datum van de volgende beurt. Hoe onderhoud en keuring zich tot elkaar verhouden, staat bij brandblusser keuren.

Tussen de beurten door kan een gebouwbeheerder zelf letten op een vrije doorgang naar de haspel, een gesloten maar niet geblokkeerde kast en een slang die netjes is opgerold. Een haspel die als kapstok of opslag dient, wordt bij brand niet gebruikt.

Veelgestelde vragen

Is een brandslanghaspel in elk gebouw verplicht?

Nee. Het Besluit bouwwerken leefomgeving schrijft brandslanghaspels voor bij bepaalde gebruiksfuncties boven een bepaalde oppervlakte, zoals een bijeenkomstfunctie van meer dan 500 vierkante meter. Woningen hebben geen brandslanghaspel nodig. Wat in een specifiek gebouw geldt, staat in de omgevingsvergunning of is na te vragen bij de gemeente of veiligheidsregio.

Mag een brandslanghaspel op een elektrische brand?

Nee. Een brandslanghaspel spuit gewoon leidingwater, dat stroom geleidt. Bij een brand in een meterkast of apparaat onder spanning eerst de stroom uitschakelen of een CO2-blusser gebruiken.

Hoe lang is de slang van een brandslanghaspel?

Volgens het Bbl maximaal 30 meter. Gangbaar zijn haspels met een slang van 20, 25 of 30 meter. Daarbij wordt gerekend met een worplengte van ongeveer 5 meter, zodat elk punt in het bijbehorende gebied bereikt kan worden.

Hoe vaak moet een brandslanghaspel gekeurd worden?

Het Bbl eist onderhoud ten minste eens per twee jaar. In de praktijk wordt jaarlijks onderhoud volgens NEN-EN 671-3 aangehouden, en wordt de slang eens per vijf jaar op druk getest.