Een brandblusser gaat niet onbeperkt mee. Ook een toestel dat nooit is gebruikt en elk jaar netjes is gekeurd, moet op een bepaald moment worden vervangen. In Nederland ligt die grens voor draagbare blustoestellen bij twintig jaar, gerekend vanaf het productiejaar. Tot die tijd is de levensduur geen vast gegeven: die hangt af van het type, de plek waar het toestel hangt en vooral van het onderhoud.
De grens van twintig jaar
Sinds 1 januari 2004 geldt voor draagbare blustoestellen en hun onderdelen een maximale gebruiksduur van twintig jaar. Na die termijn moet het toestel uit gebruik worden genomen, ook als het er van buiten nog goed uitziet. De reden is vooral de drukhouder: metaal dat jarenlang onder druk staat of in contact is met een waterige vulling, kan van binnen verzwakken door corrosie en materiaalmoeheid. Een houder die het begeeft bij activering, is gevaarlijker dan geen blusser.
Voor verrijdbare blustoestellen, die onder NEN 2659 vallen, geldt dezelfde termijn van twintig jaar. Brandslanghaspels hebben geen vaste maximale levensduur; daar bepaalt de jaarlijkse controle en de druktest van de slang of het toestel nog voldoet.
Het productiejaar vinden
Het productiejaar staat niet altijd op een opvallende plek. Waar het te vinden is, verschilt per fabrikant:
- Op een kunststof ring om de hals van de blusser, onder de kop. Vaak staat het jaar er in reliƫf op, soms met een kwartaal of maand.
- Ingeslagen in de houder, meestal bij de lasnaad aan de boven- of onderkant.
- Onder de kunststof voet, als het toestel daar een heeft. De voet moet dan soms even worden losgehaald.
- Op het etiket, samen met het serienummer.
Bij een CO2-blusser staat het productiejaar doorgaans in de schouder van de cilinder geslagen, samen met de beproevingsgegevens.
Is er nergens een productiejaar te vinden, dan wordt het toestel bij een keuring afgekeurd. Zonder dat jaartal is niet vast te stellen of de twintig jaar al voorbij is of welke onderhoudsbeurt er nu nodig is. Wat er bij een keuring verder gecontroleerd wordt, staat in het artikel over een brandblusser keuren.
Wat er onderweg gebeurt
Twintig jaar is het maximum, niet de verwachting. Onderweg krijgt een toestel een aantal zware beurten. Of het daar doorheen komt, hangt af van de staat van de houder en de onderdelen.
| Leeftijd | Schuim en water | Poeder | CO2 |
|---|---|---|---|
| Elk jaar | Controle | Controle | Controle en wegen |
| 5 jaar | Uitgebreid onderhoud, nieuwe vulling | Controle | Controle |
| 10 jaar | Revisie | Revisie met nieuw poeder | Revisie met drukproef cilinder |
| 15 jaar | Uitgebreid onderhoud, nieuwe vulling | Controle | Controle |
| 20 jaar | Vervangen | Vervangen | Vervangen |
Bij elke zware beurt kan het toestel worden afgekeurd, bijvoorbeeld door roest aan de binnenkant, een beschadigde coating of samengekoekt poeder. De details per bluswijze staan in het overzicht van brandblusser onderhoud.
Waarom veel toestellen eerder vervangen worden
In de praktijk halen veel blussers de twintig jaar niet, en dat is vaak een bewuste keuze. Op het moment van de revisie na tien jaar komen de kosten van demontage, nieuwe vulling, nieuwe onderdelen en eventueel een drukproef bij elkaar. Bij CO2-blussers en blussers die permanent onder druk staan, ligt dat bedrag regelmatig in de buurt van de prijs van een nieuw toestel. Een nieuwe blusser begint weer bij nul en heeft de eerste zware beurt pas jaren later. Veel bedrijven vervangen daarom rond het tiende jaar.
Schuimblussers hebben nog een eigen reden voor eerdere vervanging. Oudere schuimvullingen bevatten vaak fluorhoudende stoffen (PFAS). Bij een verbod op zulke blusstoffen moeten de toestellen vervangen worden in plaats van hervuld of gereviseerd. Wie nu schuimblussers vervangt, kan kiezen voor een fluorvrije vulling. Meer over de eigenschappen staat bij de schuimblusser.
Factoren die de levensduur verkorten
Een toestel dat binnen in een droge ruimte hangt, houdt het langer vol dan een blusser in een loods, op een bouwplaats of in een voertuig. Deze omstandigheden versnellen slijtage:
- Vocht en zout, bijvoorbeeld in kelders, bij de kust of op schepen: corrosie aan houder en kop.
- Trillingen, zoals in voertuigen en bij machines: poeder pakt samen en verbindingen raken los.
- Vorst: water- en schuimblussers zonder antivries kunnen bevriezen en beschadigen.
- Hitte en direct zonlicht: druk loopt op, kunststof onderdelen worden bros.
- Stoten: deuken in de houder zijn een afkeurgrond.
Voor blussers in een auto gelden daarom vaak kortere termijnen. Fabrikanten noemen daar regelmatig vijf jaar, met de datum op het etiket. Meer daarover staat in het artikel over een brandblusser in de auto.
Thuis en op het werk
Op het werk is het eenvoudig: een toestel ouder dan twintig jaar wordt bij de keuring afgekeurd en krijgt geen nieuw label. Thuis controleert niemand dat. Een particulier mag een oude blusser laten hangen, maar heeft geen idee of het toestel nog werkt of de druk veilig vasthoudt. Wie een blusser thuis heeft die ouder is dan tien jaar en nooit is onderhouden, doet er verstandig aan om het productiejaar op te zoeken en het toestel te vervangen. Een afgedankte blusser gaat naar de milieustraat of het inzamelpunt voor klein chemisch afval, niet bij het restafval.
Veelgestelde vragen
Hoe lang is een brandblusser houdbaar?
Een draagbaar blustoestel mag maximaal twintig jaar na het productiejaar in gebruik blijven, mits het tussentijds volgens schema is onderhouden. Sprayblussers en autoblussers hebben vaak een kortere houdbaarheid die op het etiket staat.
Telt de levensduur vanaf de aankoopdatum?
Nee, de termijn loopt vanaf het productiejaar dat op het toestel staat. Een blusser die lang in een magazijn heeft gestaan, heeft bij aankoop al een deel van die twintig jaar achter zich.
Mag een brandblusser van meer dan twintig jaar thuis blijven hangen?
Voor particulieren is er geen wettelijke plicht, maar er is ook geen zekerheid dat het toestel nog werkt of de druk veilig houdt. Vervangen is de verstandige keuze.
Waar laat men een oude brandblusser?
Een afgedankte brandblusser hoort bij het klein chemisch afval of de milieustraat. Onderhoudsbedrijven nemen oude toestellen vaak mee bij vervanging, soms tegen een kleine vergoeding.