De schuimblusser is in Nederland de blusser die het vaakst in woningen, kantoren en winkels hangt. Dat heeft een reden: hij blust de branden die daar het meest voorkomen, zoals brandend papier, textiel, hout en kunststof, en ook brandende vloeistoffen zoals benzine of verf. Daarnaast laat hij aanzienlijk minder schade na dan een poederblusser. Wie maar één blusser in huis wil hebben, komt vrijwel altijd bij dit type uit.
Hoe een schuimblusser werkt
In het reservoir zit water met een schuimvormend middel. Bij het indrukken van de hendel spuit het mengsel door een speciaal mondstuk, waarbij lucht wordt bijgemengd. Er ontstaat een laag schuim die op twee manieren blust:
- het water in het schuim koelt het brandende materiaal af;
- de schuimdeken sluit het oppervlak af van zuurstof en houdt brandbare dampen tegen.
Dat tweede effect maakt het verschil met een waterblusser. Bij een brandende vloeistof drijft het schuim op het oppervlak en dooft het de vlammen, terwijl een waterstraal de vloeistof zou laten spatten.
Er zijn twee varianten. De meeste toestellen zijn sproeischuimblussers: ze spuiten een fijne nevel van schuimvloeistof die zich op het brandende oppervlak tot schuim vormt. Daarnaast bestaan er toestellen met een schuimpijp die dikker, luchtiger schuim maken, meer bedoeld voor plassen brandende vloeistof. Voor huis en kantoor is de sproeischuimvariant de standaard.
Sinds enkele jaren schakelen fabrikanten over op fluorvrije schuimmiddelen, omdat de oudere middelen PFAS bevatten. Op het etiket of in de productinformatie staat welke vulling is gebruikt.
Geschikt en niet geschikt
| Onderdeel | Schuimblusser |
|---|---|
| Geschikt voor | Brandklasse A (vaste stoffen zoals hout, papier, textiel, kunststof) en B (brandbare vloeistoffen zoals benzine, olie, verf, alcohol bij alcoholbestendig schuim) |
| Soms geschikt voor | Brandklasse F (frituurvet), alleen als dat op het etiket staat |
| Niet geschikt voor | Brandklasse C (gassen), D (metalen), brandend vet bij een gewone AB-uitvoering |
| Elektriciteit | Alleen bij een diëlektrisch getest toestel, meestal tot 1000 volt op minimaal 1 meter afstand |
| Gangbare inhoud | 2, 6 en 9 liter |
| Aandachtspunt onderhoud | Jaarlijks onderhoud door een gecertificeerd bedrijf; de vulling wordt periodiek vervangen, in de praktijk vaak om de vijf jaar |
Wat de letters precies betekenen, staat uitgelegd op de pagina over de brandklassen A tot en met F.
Welke inhoud past bij welke plek
De inhoud zegt iets over hoe lang de blusser spuit, maar niet alles. Het blusvermogen, een code als 21A 144B op het etiket, geeft beter aan wat een toestel aankan. Twee schuimblussers van 6 liter kunnen daarin flink verschillen. Hoe die code gelezen wordt, staat op de pagina over het blusvermogen van een brandblusser.
Als grove indicatie:
- 2 liter: licht, geschikt voor een camper, boot of als extra toestel in de keuken. Spuitduur ligt rond de tien seconden, dus alleen bruikbaar voor een beginnend brandje.
- 6 liter: de gangbare maat voor woningen en kleine kantoren. Weegt gevuld rond de 10 kilo en spuit ruwweg 30 tot 45 seconden.
- 9 liter: meer bluscapaciteit, gebruikelijk in bedrijfsruimtes, werkplaatsen en grotere kantoren. Gevuld zo'n 14 tot 15 kilo, wat voor een deel van de gebruikers te zwaar is om goed te richten.
Bediening in vier stappen
De bediening is bij vrijwel alle draagbare blussers hetzelfde. In het Engels heet het de PASS-methode; in het Nederlands komt het neer op trekken, richten, knijpen en zwaaien.
- Veiligheidspen eruit trekken. De pen of splitpen zit in de hendel en is vaak geborgd met een plastic zegel. Dat zegel breekt bij een stevige ruk.
- Richten op de basis van het vuur. Niet op de vlammen zelf, maar op het materiaal dat brandt. Bij een brandende vloeistof liever tegen een wand of rand spuiten, zodat het schuim over het oppervlak vloeit in plaats van de vloeistof weg te blazen.
- Hendel inknijpen. De blusser begint direct te spuiten. Bij loslaten stopt hij, dus het is mogelijk in korte stoten te werken.
- Zwaaien van links naar rechts. Met een rustige zwaaibeweging de hele brandhaard bedekken en van voren naar achteren werken.
Begin op ongeveer drie tot vier meter afstand en kom dichterbij naarmate het vuur kleiner wordt. Houd altijd de uitgang in de rug, zodat de weg naar buiten vrij blijft. Is een brand na het legen van één blusser niet uit, of verspreidt hij zich sneller dan het blussen vordert, dan is het tijd om de ruimte te verlaten, de deur te sluiten en 112 te bellen.
Valkuilen in de praktijk
Een paar fouten komen vaak terug bij schuimblussers:
- Schuimblusser op een brandende pan of frituurpan. Brandend vet is veel heter dan het kookpunt van water. Het water in het schuim verdampt explosief en kan spatten en een steekvlam geven. De brandweer raadt een schuimblusser bij vlam in de pan daarom af en adviseert de pan af te dekken met een deksel, bakplaat of stevig dienblad. Schuimblussers met F op het etiket en een vetblusser zijn vooral bedoeld voor professionele keukens en frituren.
- Op elektrische apparatuur zonder vermelding. Veel moderne schuimblussers zijn getest voor gebruik bij spanning tot 1000 volt, maar niet allemaal. Het etiket geeft uitsluitsel.
- Bevriezing. Een schuimblusser in een onverwarmde garage of schuur kan in de winter bevriezen. Het etiket vermeldt het temperatuurbereik; standaard begint dat vaak bij +5 graden.
- Te laag of verstopt ophangen. Een blusser achter een jas of in een afgesloten kast kost bij brand tijd. Een vaste, zichtbare plek bij de uitgang van de ruimte werkt het best, met de handgreep op ongeveer 1 tot 1,5 meter hoogte.
Onderhoud en levensduur
Voor draagbare blussers in bedrijven, verhuurpanden en andere gebouwen waar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) onderhoud voorschrijft, geldt een wettelijke ondergrens van eens per twee jaar. In de praktijk wordt het jaarlijkse interval uit NEN 2559 aangehouden, ook omdat verzekeraars dat vaak eisen. Een gecertificeerd onderhoudsbedrijf controleert dan onder meer de druk, de verzegeling, de slang en het mondstuk, en plakt een nieuw onderhoudslabel.
Bij schuimblussers wordt de vulling periodiek vervangen, omdat het schuimmiddel in de loop van de jaren minder goed werkt. Hoe vaak dat gebeurt en wanneer een toestel wordt afgekeurd, hangt af van het type en de fabrikant. Meer daarover staat bij brandblusser onderhoud.
Voor particulieren is onderhoud niet verplicht. Een blusser die jaren onaangeroerd in de gang hangt, kan druk verliezen of een verstopt mondstuk krijgen. Het manometertje op de kop geeft bij een permanent onder druk staand toestel snel uitsluitsel: de naald hoort in het groene vlak te staan.
Veelgestelde vragen
Mag een schuimblusser op elektrische apparatuur gebruikt worden?
Alleen als het etiket vermeldt dat het toestel diëlektrisch is getest, meestal tot 1000 volt op minimaal 1 meter afstand. Staat dat er niet op, dan eerst de stroom uitschakelen of een CO2-blusser gebruiken.
Hoeveel liter moet een schuimblusser voor thuis zijn?
Voor een woning is 6 liter de gangbare maat. Een toestel van 2 liter is licht en past in een keukenkast of auto, maar is binnen enkele seconden leeg. 9 liter heeft meer blusvermogen maar is voor veel mensen zwaar om te hanteren.
Kan een schuimblusser bevriezen?
Ja. Een gewone schuimblusser is meestal geschikt vanaf ongeveer +5 graden. Voor een onverwarmde schuur of garage zijn er uitvoeringen met antivries, herkenbaar aan een lager temperatuurbereik op het etiket.
Is een schuimblusser geschikt voor een vlam in de pan?
Nee. De brandweer raadt een schuimblusser bij vlam in de pan af: het schuim bevat water, en dat kan bij brandend vet stoom vormen en hete olie laten opspatten. Het advies is de pan af te dekken met een deksel, bakplaat of stevig dienblad, het vuur en de afzuigkap uit te zetten en de pan afgedekt te laten staan tot hij volledig is afgekoeld.